“Geen schilderervaring… “

“Ik hoop dat het goed komt, ik weet niet of de vrijwilligers kunnen schilderen” staat er als ik zaterdagochtend  mijn mail open.  Vandaag is er een schilderproject en het is mijn vrije dag, dus ik baal hiervan.  “Als mensen zich opgeven voor een schilderproject, dan moet je toch kunnen schilderen? ” denk ik geïrriteerd en ik maak me al op om mijn plannen van vandaag te wijzigen om toch naar het project te gaan. Ik voel me verantwoordelijk voor het gezin waar we vandaag gaan helpen.

Ik help de groep op weg, koop een 10 liter pot verf voor ze en qua schilderervaring lijkt het na aankomst allemaal goed te zitten. Fijn dus. Ik spreek even met meneer. Eigenlijk weet ik niet zo heel veel van hem. Meneer loopt moeilijk. Een stalen pijp in zijn been door de oorlog in Eritrea. Hij is 13 jaar geleden gevlucht en zijn vrouw is nu 4 jaar in Nederland.

De woning ziet er slecht uit, vieze muren, afgescheurd behang. De vrijwilligers gaan hard aan de slag en ik hoor meer van meneer.

Zijn vrouw is door de oorlog ook fysiek beperkt en hun vierjarige zoontje kon vanaf zijn tweede jaar ineens niet meer lopen en de doktoren tasten in het duister waarom.

Meneer heeft veel zorgen en door waterschade moesten ze dit huis verlaten.  Ze willen graag weer terug, maar dat kunnen ze niet alleen. Wat fijn dat de vrijwilligers er zijn.

“Wat zou u willen meneer” vraag ik: “een stoere kamer voor mijn zoontje, hij is dol op auto’s, en ik wil graag wat terugdoen.” zeg meneer

“Hij kan heel goed koken” zegt de maatschappelijk werkster tegen mij. Ik vraag hem of hij wil koken voor de vrijwilligers en zeg dat hij dat wil.

De eerste strepen witte verf verschijnen op de muur, ik zie meteen het verschil. Meneer helpt zelf ook mee. Het is tijd om weer weg te gaan en door het Noorderpark loop in naar de speeltuin waar Siem en Marco zijn.

Wandelend denk ik: “Wat ben ik blij dat ik dit gezin wat beter heb leren kennen en wat een zorgen zijn er toch achter gesloten deuren. En wat tof dat meneer iets terug wil doen. Ik voel me rijk en nog rijker dat ik dit werk mag doen. ”

Ik besluit, dit gezin moeten we verder helpen, die jongen moet zijn “stoere auto” kamer krijgen en dat allemaal het liefst voor Kerst.

DAN VOLGT NU EEN RECLAME BOODSCHAP.

Op 17 november willen we dit gezin weer verder helpen. Jij kan meedoen, schrijf je hier in!.

Advertenties

De varkens moesten weg…

“De varkens moesten weg want ze beten de kinderen” zei Maarten van de kinderboerderij laatst tegen mij. “Maar er staat toch gewoon een bordje dat je je vingers niet door het hek mag doen?” vroeg ik.

“Ja” zei Maarten, “Maar de volwassenen van tegenwoordig kunnen niet meer lezen”.

Verbaasd loop ik weg en vraag me af waarom ouders niet gewoon de bordjes lezen, dat ze vervolgens gaan klagen dat de varkens de kinderen bijten en dat de varkens dus daardoor weg moeten.  Doorgaan met het lezen van “De varkens moesten weg…”

It’s red for a reason

Ik zit op de fiets naar huis. Spitstijd. Veel mensen, veel fietsen, veel zon. Ik kijk om me heen, eigenlijk alleen maar om er voor te zorgen om veilig thuis te komen want bij de ingang van het Vondelpark bij het Max Euweplein is het gekkenhuis.

Ik stop netjes voor rood. En anderen met mij. Een scooter is ongeduldig en toetert er op los.

Een meisje staat stil. Een hoge hippe spijkerbroek, een stoffen tasje en geen oplettend karakter. Het is rood. Een tram komt met hoge snelheid aangereden en tingelt er vrolijk op los.

Ze kijkt voor zich en denkt. Ik kan wel door rood. Stapt op haar fiets en ziet 1 seconde voordat de tram haar zou raken dat deze eraan komt. Ze stopt. Een zucht van verlichting en wat mensen die schudden met hun hoofden.

Het wordt groen. Ik zie haar wegfietsen, ik steek over en denk:  “It’s red for a reason”.

Ik ben weer begonnen met kijken. Naar de wereld. En ik ga er weer over schrijven.

For no particular reason.

Nou eigenlijk wel.

Omdat ik er weer zin in heb.

Ik ben ongenaakbaar, totdat….

“Niet met je telefoon in je hand fietsen” zegt Dorien die naar buiten is gelopen om mij te verwelkomen op een afspraak. “Nee mam, maar hier kan niet zo veel gebeuren toch” zeg ik en ik parkeer mijn fiets.

“Ik doe echt wel voorzichtig hoor” zeg ik “een paar weken geleden is er nog een vriendin van mij aangereden. En zij keek niet eens op haar telefoon, was gewoon echt pech. Sindsdien doe ik echt wel voorzichtiger, app ik niet meer op de fiets en zoek ik oogcontact met alle bestuurders van auto’s ”. Doorgaan met het lezen van “Ik ben ongenaakbaar, totdat….”

Neem je die bloemen nog aan of hoe zit het?

“Neem je die bloemen nog aan, of hoe zit het?”. zegt hij terwijl ik in de West Vleugel op de bank zit en hij ietwat verloren in de kamer staat. Hij, 45 minuten te laat, op onze officiële derde relatiedag.

Drie winkels ging hij in, omdat hij perse zonnebloemen wilde hebben. De weg naar mijn huis kon hij niet vinden, omdat Google maps het tijdelijk niet deed, dit is het dus. Verkering. En ik irriteer me, omdat hij zich irriteert dat hij te laat is, terwijl ik het helemaal niet erg vind dat hij te laat is. Doorgaan met het lezen van “Neem je die bloemen nog aan of hoe zit het?”

Je begrafenis…

“Je begrafenis. Wanneer plan je die?” vragen Willem en ik ons af, terwijl we in de rij van condoleren staan met een wit wijntje in ons hand.

Het glas moet wel leeg, voordat we bij de familie zijn. Slokken wijn dalen mijn slokdarm in. Een slik, een slok met verdriet.

Twee maanden, twee begrafenissen. Mijn oma en de vader van een vriend van mij.

Daar sta ik dan. Kijkend naar de kist van mijn oma. Ik mocht net de laatste woorden uitspreken voordat ze naar maaiveld hoogte ging. Doorgaan met het lezen van “Je begrafenis…”

Lief Vondelpark.

Lief Vondelpark

Ik zag vanochtend

Toen jij wakker werd

 

dat je ’s nachts onderdak bood

aan mijn dakloze vrienden

 

Leuk Vondelpark

Ik zag vanochtend

Toen ik me wakker rende

 

Dat je vrienden zich van het hun ontdeden

Het onder hun arm droegen en het park uitliepen

 

Louter Vondelpark

Ik zag vanochtend

Toen ik wat beter rondkeek

 

Dat je vrienden die nog niet wakker waren,

Gewekt werden door een auto met wit oranje en blauw

 

Lief Vondelpark

Ik zag vanochtend

Toen ik uitgerend was,

 

Dat je vrienden zich langzaam weer nestelden in mijn hart,

Waar ik van ze hou en ze koester, zoals jij dat alleen kan.

Lieve meneer Dakloos.

Lieve meneer Dakloos

Wat is er loos?

 

Als je op de brug zat

zwaaide ik

 

Als je voorbij liep met je gitaren

Keek ik.

 

Als ik je zag met je kleurenpracht

Bewonderde ik je

 

Als ik nu van huis vertrek,

Zie ik je niet

 

Als ik over de brug fiets,

Zwaai ik niet

 

Als ik zoek naar kleur,

is het grijs.

 

Waar ben je?

Wat doe je?

Ik wil naar je zwaaien.

Want dat ben ik gewend.

 

Lieve meneer Dakloos,

Ik hoop dat je het vond.

Het dak.

 

 

 

Begin je dag met…

Maandagochtend. Ik stap op de fiets. Met twee ongesmeerde beschuiten in mijn tas ga ik op weg. Ik kijk op mijn telefoon. 8:04. ”Ik ben lekker op tijd op mijn werk zo” denk ik.

Ik fiets, kijk om me heen en let op. Rechts van mij strompelt een dikke wat viezige man over straat en houd zichzelf staande tegen een muur van het huis.

“Vast dronken” denk ik en ik fiets hem voorbij.

 En toch. En toch kijk ik om. Om te kijken. 

Ik kijk. Ik zie hem langzaam in elkaar zakken. Tussen een steiger een muur ligt hij. Ik rem. Draai om. En ga terug.

Een meisje ziet het ook, loopt voorbij.

Ik kniel bij de man neer. Zijn ogen puilen uit en zijn uitstraling is dof.

 “Meneer, meneer” vraag ik “gaat het wel”. Terwijl ik mijn rechthand op zijn rechteram ligt. Hij reageert met gebrabbel, gemompel en ademt onregelmatig.

Het meisje wat voorbij liep, loopt terug naar mij. Samen besluiten we 112 te bellen.

Ik bel 112. Ik krijg een vrouw aan de telefoon. Ik zeg: Er is een man in elkaar gezakt op de Clercqstraat 92. Ze vraagt: de Clercqstraat met een C. Ik denk geïrriteerd: “Ja dat weet je toch wel”. Ik zeg: “Ja met een C”

Ze stelt vragen, heel veel vragen. Wat voor kleur heeft de man? Ik zeg” grauw, geel , grijs”. Ze vraagt of hij ademt. Ik zeg: “Hij is dik, ik kan het moeilijk zien”. Ik let goed op. En zie hem ademen.

 Ze blijft vragen stellen: “Wat voor kleur heeft hij, zegt hij wat, kan hij praten?” “Reageert hij als je hem in zijn schouder knijpt.” Ik zeg: “nee, nee, nee, nee.” En zie het leven langzaam uit hem weggaan. 

Zij ogen zijn slap, maar open, en hij ademt al 30 seconden niet meer.

Ze blijft vragen stellen. Ik vraag geïrriteerd: “ik begrijp dat je vragen stelt, maar heb je al iemand hierheen gestuurd, want ik bel heus niet zomaar”.

“Ademt hij” vraagt ze. Ik zeg “nee, al 30 seconden niet meer”.

Ze zegt: “Dan maak ik er een reanimatie van”.

Dan komen er twee mannen. Een tweeling. Hoveniers.

Zij willen helpen. Ik zeg: “Hij ademt niet meer”. “Moeten we reanimeren?” vragen ze. Ik zeg “ja, reanimeren.”

Ze beginnen hem te reanimeren terwijl de vrouw aan de telefoon instructies geeft.

Je handen in het midden tussen het borstbeen. 1,2,3,4,5,6,7…. 1,2,3,4,5,6,7… Ik hoor haar stem, terwijl ik staar, kijk, het onwerkelijk is wat hier gebeurd. 

Sirenes komen dichtbij. Politie springt de auto uit. AED apparaat erbij.

Ik zeg: “ Ik ga nu ophangen hoor, de politie is er”.

De brandweer komt aan. Zij nemen de reanimatie van de politie over en dan komt de ambulance. Zijn vest wordt hardhandig opengerukt.

Daar ligt hij dan. Deze oude man, totaal hulpeloos. En iedereen is met hem bezig, om hem weer terug te halen, naar het hier.

 Ik blijf erbij staan. Ik kijk wat er gebeurd. Ze blijven met hem bezig. Zijn buik gaat heen en weer terwijl ze blijven reanimeren. Ze tillen hem tussen de steiger en de muur vandaan. Hij heeft in zijn broek geplast.

 20 minuten staar ik naar deze film, waar ik net nog inzat en nu op afstand naar kijk. Een meisje wil bellend onder het lint kruipen om niet om te hoeven lopen.De politie houdt haar tegen. En ze loopt om.

Dan besluit ik om weg te gaan, weg te fietsen. Naar mijn werk. Mijn bestemming is bekend. Maar waar meneer zal eindigen, ik weet het niet.

Ik kom op mijn werk, ik loop naar de koelkast. Pak de kaas uit de koelkast en leg ze op de beschuiten.

Begin je dag.

Begin je dag met een beschuitje met kaas.

 

 

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑